Terwijl de gemeente Leidschendam-Voorburg zich inzet om eenzaamheid te bestrijden met verschillende initiatieven, blijft een kwetsbare groep te vaak onderbelicht: oudere migranten. Volgens recente cijfers voelen migrantenouderen zich gemiddeld vaker eenzaam dan hun autochtone leeftijdsgenoten. Nationaal gezien kampt ongeveer 22% van de migrantenouderen met gevoelens van eenzaamheid, vergeleken met ruim 13% van autochtone ouderen.

In Leidschendam-Voorburg zijn er diverse projecten opgezet, zoals het initiatief “Oog voor Elkaar”, dat zich richt op het versterken van sociale netwerken en het bieden van ondersteuning aan ouderen. Daarnaast organiseert Woej ouderenadvies op maat, ook gericht op het verminderen van eenzaamheid. Toch blijft de vraag hoe zichtbaar en toegankelijk deze oplossingen zijn voor migrantenouderen, die vaak te maken hebben met taalbarrières, een zwakker sociaal netwerk en culturele terughoudendheid.

Zeynep Killi van Stichting IBCE benadrukt: “Het is van cruciaal belang dat we de ervaringen van migrantenouderen serieus nemen en deze groep actief betrekken bij de oplossingen die we bieden. Huisbezoeken, laagdrempelige bijeenkomsten, en activiteiten in de eigen taal en cultuur zijn essentieel om vertrouwen op te bouwen.”

Praktijkervaringen tonen aan dat co-creatie met migrantenouderen de sociale cohesie en het welbevinden aanzienlijk kan verbeteren. Initiatieven zoals “Eén tegen Eenzaamheid” op nationaal niveau illustreren hoe belangrijk het is om duurzame verbindingen te creëren.

Om deze kwetsbare groep écht te bereiken, is maatwerk noodzakelijk – in taal, cultuur en structurele betrokkenheid. Het is niet genoeg om alleen activiteiten te organiseren; er moet ook een focus zijn op het opbouwen van langdurige relaties en vertrouwen.

Zeynep Killi is verbonden aan Stichting IBCE